Een consultant werkt twee jaar voor u als zelfstandige onderaannemer, leert uw klanten en uw manier van werken kennen, en duikt drie maanden na het einde van de samenwerking op bij uw grootste klant. Of u neemt een handelszaak over, en de verkoper opent zes maanden later twee straten verder een gelijkaardige zaak. Twee heel verschillende situaties, met dezelfde vraag: hoe ver mag een niet-concurrentiebeding gaan?
Tussen ondernemingen bestaat, buiten de specifieke regels voor werknemers en handelsagenten, geen apart wettelijk kader voor het niet-concurrentiebeding. U hebt dus in beginsel veel contractuele vrijheid om zo'n beding op te leggen, ongeacht of het gaat om een overname, een samenwerkingsovereenkomst of een andere commerciële relatie.
Die vrijheid is echter niet onbeperkt. Iedereen heeft het recht om vrij een economische activiteit naar keuze uit te oefenen (artikel II.3 van het Wetboek van Economisch Recht). Een niet-concurrentiebeding beperkt net dat recht. Gaat die beperking te ver, dan loopt u het risico dat een rechter het beding geheel of gedeeltelijk buiten werking stelt.
Rechters kijken daarbij vooral naar drie zaken: welke activiteiten het beding verbiedt, hoelang het duurt, en in welk gebied het geldt. Gaat u op een van die drie vlakken verder dan nodig, dan riskeert u dat het beding sneuvelt:
Stel dat uw beding toch te ruim blijkt, bijvoorbeeld qua duur. Dat wil niet automatisch zeggen dat het volledige beding wegvalt. Een rechter kan het beding, in plaats van het integraal te schrappen, herleiden tot wat wél toegelaten is: bijvoorbeeld een termijn van vijf jaar terugbrengen naar twee jaar, in plaats van het beding helemaal te laten vallen.
Die mogelijkheid staat of valt wel met hoe u het beding hebt opgesteld. Neem daarom steeds een deelbaarheidsbeding op: een clausule die uitdrukkelijk bepaalt dat, als een deel van het beding ongeldig zou zijn, dit de rest van de overeenkomst niet aantast, en dat de rechter het beding mag herleiden tot wat wettelijk wel kan. Zonder zo'n clausule loopt u een groter risico dat een rechter het beding gewoon volledig schrapt.
Vier concrete stappen om uw niet-concurrentiebeding, of het nu gaat om een overname, een samenwerking met een zelfstandige consultant of onderaannemer, of een andere commerciële overeenkomst, afdwingbaar te maken.
Vermijd algemene formuleringen zoals "elke concurrerende activiteit". Beschrijf precies welke activiteiten verboden zijn, en beperk dit tot de activiteiten die uw wederpartij vóór of tijdens de samenwerking daadwerkelijk uitoefende. Een te ruime omschrijving ondermijnt de geldigheid van het volledige beding.
Stem de duur af op de reële noden: hoe lang heeft u nodig om uw klantenrelatie te consolideren of een vervanger in te werken? Een clausule van twee jaar voor een samenwerking van drie weken zal niet als redelijk worden beschouwd. Vermeld steeds een uitdrukkelijke einddatum.
Baken het gebied af op basis van waar uzelf effectief actief bent, niet op basis van waar u ooit zou willen groeien.
Voorzie uitdrukkelijk dat de ongeldigheid van een deel van het beding de rest van de overeenkomst niet aantast, en dat de rechter het beding kan herleiden tot wat wel toegelaten is. Voeg daarnaast een schadebeding toe: bij schending van een niet-concurrentiebeding is de werkelijk geleden schade vaak moeilijk te bewijzen en te becijferen. Een vooraf bepaalde, redelijke forfaitaire vergoeding vermijdt die discussie. Vermeld dat u bij hogere werkelijke schade nog steeds een aanvullende vergoeding kan vorderen.
Bij bepaalde commerciële samenwerkingsovereenkomsten (bijvoorbeeld franchise) legt de wet u een informatieverplichting op: u moet de belangrijkste contractuele bepalingen, waaronder het niet-concurrentiebeding, uiterlijk één maand vóór het sluiten van de overeenkomst schriftelijk meedelen (artikelen X.26 tot X.30 WER). Doet u dat niet, dan loopt u het risico dat uw wederpartij binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst de nietigheid van de hele overeenkomst inroept.
Een niet-concurrentiebeding in een commerciële overeenkomst geeft u meer vrijheid dan bij een werknemer, maar diezelfde vrijheid maakt het beding ook kwetsbaarder als u het niet zorgvuldig opstelt, ongeacht of het gaat om een overname, een samenwerking met een zelfstandige of een andere commerciële relatie. Een nauwkeurige omschrijving, een redelijke duur en een proportioneel gebied zijn de basis. Een deelbaarheidsbeding is uw vangnet wanneer de rechter daar toch anders over oordeelt.
Vragen inzake niet-concurrentiebedingen in uw commerciële overeenkomsten? Contacteer mij via b.backx@backx-law.be
Benny Backx