Een medewerker schrijft code, een freelancer ontwerpt een logo, een consultant bouwt een applicatie. Logisch dat de opdrachtgever of werkgever ervan uitgaat dat hij dan ook eigenaar wordt van wat hij besteld en betaald heeft. Auteursrechtelijk klopt dat echter niet automatisch.
Auteursrecht ontstaat automatisch bij de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd, ongeacht wie de opdracht gaf, wie ervoor betaalde of in wiens naam het werk wordt gebruikt. Een overdracht van die rechten aan de werkgever, opdrachtgever of klant gebeurt nooit vanzelf: ze moet uitdrukkelijk geregeld worden.
Artikel XI.167 van het Wetboek van economisch recht bepaalt:
“Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen.”
Dit is een bewijsregel ten voordele van de auteur: wie zich tegenover de auteur op een overdracht beroept, moet die kunnen bewijzen met een geschrift. Diezelfde bepaling legt bovendien inhoudelijke vereisten op waaraan dat geschrift moet voldoen, wil de overdracht standhouden:
Ook wanneer een auteur een werk maakt in dienstverband of in opdracht, gaan de vermogensrechten niet automatisch over. Voor werknemers is een overdracht enkel mogelijk als ze uitdrukkelijk is voorzien en binnen het toepassingsgebied van de arbeidsovereenkomst valt. Voor werk in opdracht (freelancers, externe dienstverleners) geldt een nog engere regel: een overdracht is enkel geldig als de opdrachtgever een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of de reclamewereld, het werk voor die activiteit bestemd is, én de overdracht uitdrukkelijk is bedongen.
Zonder een sluitende clausule blijft de rechthebbende dus in de eerste plaats de maker zelf — ook al is die maker ervoor betaald.
Voor computerprogramma's heeft de wetgever de regel omgedraaid. Artikel XI.296 WER bepaalt:
“Tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, wordt alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma's die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever.”
Voor software geschreven door werknemers in de uitoefening van hun functie wordt de werkgever dus van rechtswege vermoed eigenaar te zijn van de vermogensrechten — zonder dat daarvoor een uitdrukkelijke schriftelijke overdracht nodig is, tenzij partijen contractueel iets anders overeenkwamen.
Let op: deze omkering geldt uitsluitend voor werknemers binnen een arbeidsovereenkomst. Freelance ontwikkelaars, zelfstandige IT-consultants of een extern softwarebedrijf vallen hier niet onder. Voor hen geldt gewoon de algemene regel van artikel XI.167: zonder uitdrukkelijke schriftelijke overdracht blijft de freelancer eigenaar van de broncode die hij voor jou schreef, ook al heb je daarvoor betaald.
Auteursrecht volgt niet automatisch het geld dat ervoor betaald wordt. Voor software biedt de wet een vangnet voor werknemers, maar niet voor freelancers of externe ontwikkelaars. Een duidelijk en tijdig contract blijft daarom de beste — en vaak enige — garantie dat je ook effectief eigenaar wordt van wat je liet ontwikkelen.
Vragen inzake de overdracht van auteursrechten of software-eigendom? Contacteer mij via b.backx@backx-law.be